In het sociaal domein is vernieuwend werken niet mogelijk zonder vernieuwend verantwoorden. De nieuwe handreiking Vernieuwend werken en verantwoorden – De handen vrij voor zorg legt precies daar de vinger: zolang we professionals vastzetten in een woud van codes, tabellen en vinklijstjes, blijft elk gesprek over “ruimte aan de professional” half werk.

De metafoor van zelfrijzend bakmeel is pijnlijk treffend: ook als gemeenten en aanbieders proberen te minderen, rijzen de administratieve lasten vanzelf weer de pan uit. Een grote gehandicaptenzorgaanbieder, actief in 310 gemeenten, zag het aantal registratiecodes in een paar jaar groeien van zo’n 6.000 naar ruim 19.000. Elk goedbedoeld lokaal accent, iedere extra verantwoordingsvraag, levert weer nieuwe varianten op: net even andere productcodes, afwijkende formats voor verantwoording, of aparte rapportageafspraken per gemeente.

Die optelsom kost miljoenen die niet naar directe zorg gaan en vreet aan het vakmanschap en werkplezier van professionals. De Hervormingsagenda Jeugd zegt weliswaar dat bureaucratie omlaag moet, maar in de praktijk ervaren veel organisaties nog weinig echte verlichting.

De handreiking is ontwikkeld door negen leden van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) binnen het programma Vernieuwend Werken en Verantwoorden. Het is nadrukkelijk géén nieuwe norm of set regels, maar een praktisch gespreksinstrument voor aanbieders en gemeenten, met drie duidelijke ambities:

  1. Terug naar de bedoeling van de decentralisaties
    De handreiking vertrekt vanuit de oorspronkelijke bedoeling: dichtbij, integraal en op maat ondersteunen, met ruimte voor professionele afweging. Gemeenten kregen beleidsvrijheid om precies dát mogelijk te maken, niet om 19.000 varianten van hetzelfde product te ontwerpen.
  2. Eenvoudiger en effectiever verantwoorden
    In plaats van eindeloze inputregistraties en productknippen, pleit de handreiking voor outcome‑gerichte verantwoording: wat merken inwoners van de ondersteuning, wat verandert er in hun situatie, en hoe draagt de samenwerking daaraan bij?
  3. Ruimte voor leren en vernieuwen
    Verantwoorden wordt in de handreiking gekoppeld aan leren en verbeteren. Dat vraagt om ruimte voor experiment, afwijking van de standaard waar nodig, en dialoog in plaats van sancties bij elk administratief ‘afwijkend’ detail.

De handreiking richt zich expliciet tot gemeenten als systeemregisseur én mede‑veroorzaker van administratieve druk. Gemeenten bepalen via hun inkoopstrategie, contractmodellen en verantwoordingseisen in hoge mate hoeveel administratie er aan de achterkant ontstaat. Een paar scherpe observaties uit het veld:

  • Elke extra lokale code of rapportagevraag lijkt op zichzelf klein, maar vermenigvuldigt zich bij landelijke aanbieders met het aantal gemeenten en contracten.
  • Verschillende formats en definities tussen gemeenten maken standaardisatie binnen aanbieders praktisch onmogelijk, waardoor zij intern ook weer extra systemen en vertaalslagen moeten inrichten.
  • Veel informatie die wordt opgevraagd, wordt nauwelijks gebruikt voor sturing of verbetering; het is “zekerheidsdocumentatie” die vooral bedoeld lijkt om risico’s af te dekken.

De handreiking nodigt gemeenten uit om samen met aanbieders keuzes te maken: welke informatie is echt nodig om te sturen op kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid – en wat kan weg?

De oproep aan landelijke politici en koepels raakt een belangrijk punt: als er bezuinigingen op het sociaal domein op stapel staan, begin dan bij de bedrijfsvoering en registratie, niet bij de inhoudelijke zorg.

Verschillende landelijke agenda’s – zoals de Hervormingsagenda Jeugd – erkennen inmiddels dat regeldruk en versnippering direct ten koste gaan van effectiviteit en werkplezier.

De handreiking Vernieuwend Werken en Verantwoorden biedt hiervoor een concreet haakje:

  • Harmoniseer waar mogelijk contractering en verantwoording,
  • Gebruik bestaande standaarden (i‑Sociaal Domein) in plaats van eigen varianten,
  • En spreek samen af dat nieuwe registraties alleen worden toegevoegd als duidelijk is welk maatschappelijk doel ze dienen.

Wie het echt menens is met het verminderen van administratieve lasten, kan de handreiking gebruiken om bij elk contractgesprek of regionaal overleg drie eenvoudige vragen op tafel te leggen:

  1. Wat willen we hier eigenlijk weten – en waarom?
    Helpt deze registratie ons om beter te sturen op kwaliteit en resultaten voor inwoners, of vullen we vooral systemen?
  2. Kunnen we dit op dezelfde manier doen als buurgemeenten?
    Elke extra lokale code is een keus. Standaardisatie waar het kan, maatwerk waar het moet.
  3. Welke ruimte geven we professionals en inwoners?
    Als een extra registratieplicht de tijd en aandacht van professionals wegtrekt bij cliënten, is het dan nog verantwoord om die plicht te handhaven?

De titel van de handreiking – De handen vrij voor zorg – vat samen waar het om draait: niet méér instrumenten, maar minder ballast. De echte vernieuwing zit niet in een nieuwe set formulieren, maar in het lef van gemeenten en aanbieders om samen te schrappen, te harmoniseren en te vertrouwen op vakmanschap.

Wie in het sociaal domein aan de knoppen zit – raad, college, beleidsadviseur, inkoper, bestuurder of teamleider – heeft hier een sleutel in handen. De handreiking is geen wondermiddel, maar wél een praktische uitnodiging om van ‘zelfrijzend bakmeel’ weer gewoon goed brood te maken: voedzaam, overzichtelijk en met de professional aan het werk, in plaats van achter het scherm.